|
Trier, stad aan de Moezel /
Trier Arrangementen
Mijmeren over de Romeinen,
flirten tot aan de Rococo
'
Die Mosel' ofte de Moezel ontspringt in de Vogezen en vormt
verder een stukje grens tussen Luxemburg en Duitsland.
De naam Moezel roept bij ons meteen beelden op van groene meanders tussen
Trier en Koblenz. Daar duikt de rivier de Rijn in. Op ons netvlies
verschijnen wijnstokken op de hellingen.
Trier gaat er prat op de oudste stad van Duitsland te zijn.
Zo'n 50 jaar voor Christus zwalpte Julius Caesar rond in onze streken, op
zoek naar onderwerpen voor zijn boek 'De bello gallico' (Over de Gallische
oorlog).
Trier is de oudste stad in Duitsland, haar geschiedenis
omvat meer dan 2000 jaar. Niettemin is Trier een levende stad met toekomst
in het geografische »hart van Europa«.
"Augusta
Treverorum", het huidige Trier, werd tijdens het bewind van keizer
Augustus in 16 v.Chr door de Romeinen in de buurt van een stamheiligdom van
de Keltische stam der Treverer gesticht.
In 293 bestemde de keizer Diokletianus de stad, die toen Treveris heette,
tot residentie van de keizer en hoofdstad van het Westromeinse rijk.
Trier werd in de 5e eeuw door de Franken veroverd en bij de verdeling van
het Karolingische rijk in 870 een deel van het Oostfrankenrijk.
In de 12e eeuw kregen de aartsbisschoppen van Trier ook de wereldlijke macht
in handen en namen de titel keurvorsten aan. Zij maakten de stad Trier tot
hoofdstad van het keurvorstendom, dat tot aan zijn opheffing bij de overgang
van de 18e naar de 19e eeuw tijden van grote bloei en diepe ellende heeft
gekend. Na een korte periode onder Frans beheer, werd Trier in 1815 een deel
van Pruisen. Na de stichting van de Bondsrepubliek in 1949 behoort Trier tot
de deelstaat Rheinland-Pfalz.
Thans
is Trier met 100.000 inwoners de hoofdstad van het district Trier,
bisschopszetel en universiteitsstad.
Trier is het middelpunt van de wijnbouw langs Moezel, Saar en Ruwer. De stad
herbergt bekende, ten dele internationale ondernemingen in de voedings- en
genotmiddelenindustrie en in de textiel- en fijnmechanische industrie.
Bouwnijverheid en kunsthandwerk behoren ook tot de economische activiteiten
in de stad.
De gekanaliseerde Moezel is de transportader voor bulkgoederen en
containervervoer. Trier speelt in het vervoer met een industrie-en
overslaghaven een vooraanstaande rol. Trier is het koopcentrum voor de
bevolking van Eifel en Hunsrück en het nabije buitenland.
Trier is voor gasten uit de hele wereld een reisdoel met vele gezichten, een
gewilde stad voor congressen en bijeenkomsten en een uniek vakantieoord.
Trier biedt zich aan als uitgangspunt voor tochten langs Moezel en Saar,
door de Eifel en de Hunsrück en naar de buurlanden België, Frankrijk en
Luxemburg.
Vele monumenten uit de
tijd der Romeinen
en de
keurvorsten getuigen van de indrukwekkende geschiedenis van Trier.
De Porta Nigra, de Kaiserthermen, het amfitheater, de Barbarathermen, de
kort geleden uitgegraven Viehmarktthermen en de Römerbrücke beklemtonen het
bestaan van een eens prachtige Romeinse stad langs de Moezel. De vele
gasten, die jaar in jaar uit de stad bezoeken wordt in Trier een unieke blik
op de geschiedenis geboden, waarin verleden en heden vloeiend in elkaar
overgaan.
Trier is een openluchtmuseum
van de Europese bouwkunst met monumenten uit de Romeinse tijd, voorbeelden
van de romaanse en gotische bouwkunst en bouwwerken uit de tijd van
Renaissance, Barok en Classisisme. Trier, door de eeuwen heen het centrum
van het Moezelland, telt nu naast een universiteit en een H.T.S. ook de
Europese Academie voor Beeldende Kunst en de Europese Rechtsacademie binnen
haar muren. Trier heeft veel scholen en culturele inrichtingen.
Meer dan 100 sportverenigingen bieden een breed spectrum van sportieve
activiteiten. De unieke ligging van Trier verschaft de ideale omgeving voor
watersportliefhebbers tot aan wandelaars en mountainbikers toe.
In Trier is sinds 1994 de Europese Academie voor Sport in Rheinland-Pfalz
gevestigd.
Van de Porto Nigra tot de
Hauptmarkt
'Zwart' is de poort inderdaad. Een meer passende naam kon ze niet hebben.
Rond 180 na Christus maakte ze deel uit van de stadsmuur. De Romeinen
hielden de stenen samen met lood en ijzeren haken. Dat alles is in de loop
der tijden verdwenen. Anderen konden het ook gebruiken. Toch bleef het
bouwwerk rechtop.
In de elfde eeuw kreeg het gebouw een nieuwe functie: het
werd een dubbele kerk. Onderaan mocht het gepeupel binnen. De bovenste kerk
- dichter bij het hemelrijk - was gereserveerd voor het aanpalende klooster.
Napoleon herstelde de Porta in zijn oorspronkelijke staat. Zeker niet
Romeins is de mozaïek van kauwgom op de muur bij de ingang. Modern
kunstwerk?
Ten westen van de Porta Nigra staat het Simeonstift. De Romaanse
kloostergang, overblijfsel van het oorspronkelijke Stift (klooster), biedt
leuke doorkijkjes.
Op het binnenplein kun je een gezellig 'terrasje doen'. Het
Städtisches Museum is hier ondergebracht. Je kan er
altijd wel een expositie meepikken.
|